Terug naar homepagina

Het is een inhoudsopgave

het leven dat ik leid, heeft helemaal geen zin
ik wil een ander perspectief, ik wil een andere vriendin
ik wil een auto met een open dak en altijd zonneschijn
een jacuzzi hoeft niet eens, maar wel een kelder vol met wijn
een boerderij in Frankrijk in de semi-wildernis
maar dit theater... laat maar zijn zoals het is

wat varkens op mijn erf en twintig ganzen en een hond
ik wil een hoofdrol in een film, zit zelf te denken aan James Bond
op een strandje met mijn krantje en wat zwemmen in de zee
een schilderijtje maken in mijn eigen atelier
een zonnebruine body en een vriezer vol met vis
maar dit theater... laat maar zijn zoals het is

ik wil een leven zonder grenzen en ook zonder compromis
ik wil een vrouw met echt zo'n gevel en een te vinden clitoris
een onbekende oom en ik die hele erfenis
en na mijn dood iets heel bijzonders... mijn verrijzenis

maar dit theater, dit theater
laat het zijn zoals het is
hier hangt een sfeer, o mevrouw, meneer
uniek, als ik mij niet vergis

er zijn plekken op de wereld
zo geborgen en vertrouwd
die je het liefste niet verandert
maar gewoon zo houdt

het is hier echt al goed zoals het is
dus ach, die semi-wildernis
en die vriezer vol met vis
dat compromis, die clitoris
die erfenis, en die verrijzenis
dat komt allemaal wel, later
voor nu heb ik genoeg...
voor nu heb ik genoeg...
voor nu heb ik genoeg...
aan dit theater!
er was er eens een ruimteschip
dat door de ruimte schoot
een ruimteschip vol leven
want op aarde was alles dood

en wat je van dat ruimteschip
in elk geval moet weten
men had er alles mee aan boord
maar poëzie was men vergeten

dat razendsnelle ruimteschip
had plaats voor duizend mensen
aan alles hadden ze gedacht
er bleef niet veel te wensen

er was muziek, een balzaal
en voor vele jaren eten
en drank, veel drank, toch was men -stom
de poëzie vergeten

geen Komrij en geen Campert
geen Gorter of Gezelle
geen bundel beeldtaal was er mee
het is nauwelijks voor te stellen

de techniek, die zal ons redden
is wat men op aarde riep
al is dat niet wat God bedacht
toen hij de aarde schiep

daar vliegt dan nu dat beest van blik
ver weg van pandemie
met kernfusie en warp en zo
maar zonder poëzie

geen Kopland, geen Vasalis
geen Herzberg of Rawie
geen haiku zelfs geen snelsonnet
geen greintje poëzie

nou had je in dat ruimteschip
een meisje dat graag leest
ze riep steeds dat een frisse wind
moest waaien door haar geest

ze dacht: er moet toch meer zijn
dan het bestaan in zo'n raket
toen heeft zij in het ruimteschip
een luik opengezet

je leven is een ruimteschip
dat raast door het heelal
te hopen valt dat jij nog
heel lang verder razen zal

maar zo'n leven in de ruimte
blijft leeg en incompleet
als je bij het vertrek...
de poëzie vergeet
ik ben een rechtgeaarde pessimist
dat was ik zelfs al lang voor ik het wist
ik mis vaak in mijn leven blije tonen
wat doe je dan: je huurt een pianist

hij laat zich met een boekenbon belonen
en daarin schuilt bij hem nou juist het schone
hij leeft voor de muziek, niet voor het geld
toch zit hij hier ook niet voor spek en bonen

hij is voorwaar mijn muzikale held
ik ben enorm op deze vent gesteld
het is niet dat ik nou heel vaak van hem droom
het is vooral zijn muzikaal geweld

het zal toch maar je broer zijn of je oom
had ik maar twee procent van zijn genoom
hij speelde bij Van 't Hek en Liesbeth List
mag ik u presenteren: Izak Boom!
voor het kind in de klas
dat steeds naar buiten staart

voor het kind op het plein
dat een geheim bewaart

voor het kind op de club
dat zich anders voelt

voor het kind dat het anders zegt
dan bedoeld

voor het kind dat niet begrijpt
wat de code is

voor het kind dat niet weet
wat in de mode is

voor het kind dat vaak droomt
een winnaar te zijn

voor het kind dat soms hoopt
onzichtbaar te zijn

dat kind zit in mij
en het houdt zich groot

maar dat kind is
op sterven na
dood
Volvorijers, Volvorijers, achterlijke klerelijers
denk maar niet: dat vollek valt wel mee
Volvorijers, Volvorijers, achterlijke klerelijers
Volvo is de nieuwe BMW

het asociaal gedrag wordt alsmaar groter
bij elke upgrade van de Volvo-motor
kijk nou toch die stumper daar eens even
en zie hem met een grimas bumperkleven

het percentage is alweer gestegen
van Volvo's op de Nederlandse wegen
de uitstoot van zo'n bak is echt enorm
en hybride da's alleen maar voor de vorm

Volvorijers, Volvorijers, achterlijke klerelijers
denk maar niet: dat vollek valt wel mee, o nee
Volvorijers, Volvorijers, achterlijke klerelijers
Volvo is de nieuwe BMW

kunstenaars en dokters, advocaten
die reden kalm op snelweg en door straten
nu zijn het giga-asociale zakken
in hun giga-tering-asociale bakken

zelf was ik vijftien jaar een Volvorijer
gelukkig dat ik dat nu niet meer ben
want liever dan zo'n vuile klerelijer
ben ik een "gentleman in Citroën"

omda'k zo'n Volvo niet meer betalen ken…

Volvorijers, Volvorijers, achterlijke klerelijers!
de stranden zijn al leeg, de herfst gaat beginnen
een natte wolk van regen komt met bakken naar beneden
en ik, ik ben tevreden, kan geen mooier weer verzinnen
want zolang het buiten regent, blijft ze binnen

de herfst kan me niet schelen, ik ben van geen winter bang
regen, sneeuw en hagelstormen komen we wel door, maar
strakjes in het voorjaar, ontwaakt in haar die drang
en staan daar plots haar wandelschoenen in de gang

ze trekt een korte broek aan en ze moet en zal naar buiten
om als een grote meid de wijde wereld in te trekken
de horizon ontdekken, niet te stoppen, niet te stuiten
en totdat de blaadjes vallen, kan ik weer naar d'r fluiten

ze vraagt me niet meer mee, ze weet al lang: da's niks voor mij
die korte broek, oké, maar rugzakken en tenten...
ze toont me elke lente dat ik anders ben dan zij
maar ik weet dat ze terugkomt: elke zomer gaat voorbij
er was een kampvuur, we zouden zingen
overnachten op de hei
we zouden dansen, dat soort dingen
met een gitaar erbij

we zongen Hotel California
en we wiegden op de maat
iemand zong "Don't say I didn't warn ye"
en zo werd het langzaam laat

een vreemde spanning, zo met z'n zessen
een blote schouder, knie aan knie
we zaten tussen lege flessen
de lucht zwanger van poëzie

en we dansten om de vlammen
bedwelmd door bier en wijn
was het de schaduw op de stammen
we leken met veel meer te zijn

het vuur ging uit, de vlammen kwijnden
we dansten in de as
in een cirkel die verkleinde
tot er niemand over was
vind je 't erg dat ik meer van mama hou
dan van jou, lieve papa, dan van jou
vind je 't erg dat ik meer van mama hou
dan van jou

ik vind het fijn als jij komt zingen
vlak voordat ik slapen ga
er zijn wel meer dan duizend dingen
waarvoor ik eerst naar jou toe ga
maar als ik ben gevallen op m'n knie en het doet au
dan roep ik mama, lieve papa, en niet jou
dan roep ik mama, lieve papa, en niet jou

vind je 't erg dat ik meer van mama hou
dan van jou, lieve papa, dan van jou
vind je 't erg dat ik meer van mama hou
dan van jou

ik hou van jullie allebei
van één iets minder, dat ben jij
een heel klein beetje ietsje pietsje minder maar
je kunt het haast niet voelen, maar het is wel waar

ik vind het fijn als jij komt zingen
vlak voordat ik slapen ga
jij weet ook altijd van die dingen
waar ik fijn van dromen ga
je bent m'n lieve papa, waar ik echt heel veel van hou
ik vind je lief, maar mama vind ik liever nog dan jou
ik vind je lief, maar mama vind ik liever nog dan jou

ik vind je lief, lieve papa
ik kijk naar een koe in de wei
ik zie dus de koe en de koe die ziet mij

maar denkt dan die koe: beetje gek, maar het lijkt
of die wandelaar daar intensief naar mij kijkt?

het zou toch wat zijn dat zo'n koe in het gras
misschien denkt dat ze liever die wandelaar was

dat ben ik dus, die wandelaar, de ik-figuur
en ineens denk ik: wat weet ik van de natuur?

denkt ze überhaupt wel, die koe in zo'n wei?
en dat ik me dat afvraag, hoe kom ik daarbij?

ik kijk via de wolken naar de koe die daar staat
en besef dat het strakjes flink regenen gaat

dat heb ik vanochtend gezien in mijn app
toch fijn dat ik kennis van die dingen heb

maar arme koe: als de hemel straks breekt
raakt ze door de slagregens hevig doorweekt

zo'n beest is onwetend op ieder terrein
en is het niet een vloek om onwetend te zijn?

en net als ik denk, nu loop ik maar weer door
is het net of ik, heel zacht, die koe nog hoor:

ik ben heel gelukkig met mijn bestaan in de wei
en al ben ik dan onwetend, ik huil minder dan jij
zie de tekens aan de wand
en zeg nou niet dat je het niet weet
er is van alles aan de hand
het is vijf voor twaalf, zei de profeet

ons warm wordt warmer
ons droog wordt droger
ons heet wordt heter
zei de klimaatbetoger

je bent een pessimist
zei de rechtse populist
dat interesseert me niet in het minst
het gaat mij om winst, winst, winst

ik denk aan mijn investering
en de rest zegt mij geen moer
en zit ik straks in de regering
sta ik strakjes aan het roer

denk maar niet dat ik me dan leiden laat
door dat achterlijk gepraat
dat softe links geblaat
over milieu en dat klimaat

en hij zei dat de geleerden
wel eens vaker iets beweerden
maar dat weer anderen dat weerleggen
tegen hem zou ik willen zeggen

meneer, het spijt me zeer maar
het is werkelijk onontkenbaar
wen maar vast aan het idee
want straks is het onomkeerbaar
maar daar zit u dus niet mee

nee, draai maar terug
alles wat er is gedaan
schuif maar op de lange baan
en traineer maar, saboteer maar
met je politieke lobby
geef je kiezers te verstaan
klimaat dat is een linkse hobby

al die gekkies overdrijven
en er is niks aan de hand
er moet geld naar de bedrijven
schuif natuur maar aan de kant
de sluitpost is milieu
en dat al 75% van de vliegende insecten uit Nederland is verdwenen...
dat is dan sneu...

en toen sprak de profeet
de aarde wordt te heet
en toen riep de betoger
de zeespiegel wordt hoger
en toen zei ik

denk aan de Titanic
die naar de ijsberg snelt
ja, zei de populist: die ken ik
maar waarom maak je je zo dik:

die ijsberg smelt...
je hebt in een keer vrienden waar ik nooit van heb gehoord
daar hang je dan mee rond tot half twee
dat stelt totaal niks voor, zeg jij, geloof me op m'n woord
en vroeger ging je nooit naar een café

ik was bij je toen hij belde, en je raakte in de war
je kreeg weer iets ontwijkends in je toon
oh niks, dat is Peter... leren kennen in een bar...
oh, Peter, ja natuurlijk... heel gewoon...

vannacht kon ik niet slapen, want er was weer eens gebeld
ene Eric... zondag feestje, of je kwam
je klonk heel enthousiast en plots veel minder ongesteld
weer een weekend jij alleen naar Rotterdam

er is niks aan de hand zeg jij, ik hou alleen van jou
maar af en toe dan wordt het huis te klein
dat kun jij niet begrijpen, maar zo gaat dat bij een vrouw
dat zullen de hormonen dan wel zijn

zijn dit eerste tekenen en gaat het strakjes fout
of haal ik me nou dingen in het hoofd?
en jij maar steeds vertellen dat je zoveel je van me houdt
ik hoop maar dat die Eric je gelooft
heb je al het nieuws gezien, heb je het al gehoord?
er is een man verdwenen en er is een vrouw vermoord

en hoe heb jij het nieuws gezien? online of op tv?
je ligt ernaar te kijken maar wat moet je er nou mee?

heb je al het nieuws gehoord, of is het alweer oud?
die man van honderdzeven die bleek in de oorlog fout

en via welk kanaal is dan het nieuws tot jou gekomen
dat het geloof in sekscomplotten dit jaar weer is toegenomen?

hoe heb jij dat nieuws gezien? weet jij al het naadje
van die oorlogsgeile sheiks uit dat hete oliestaatje?

en hoe heb jij dat nieuws gezien?
was het weer gekleurd misschien?

en hoe heb jij dat nieuws gehoord?
was het woord en wederwoord?

hoe heb jij dat nieuws vernomen?
zou er nog wat nieuws van komen?

als er weer wat nieuwers is
dan wil ik niet dat ik iets mis

zijn de koersen aan het stijgen?
kan ik nu nog bitcoins krijgen?

ik wil cijfers, statistieken
hoeveel dooien, hoeveel zieken?

wie kan ervoor zorgen:
ik wil vandaag het nieuws van morgen!

Ik wil nieuws! ik wil nieuws! ik wil nieuws! ik wil nieuws!!
m'n vader nam me mee naar het circus in het dorp
op het veldje waarop ook de kermis werd gehouden
de wagens, de kleuren, de dieren en de tent
waar vreemde mannen twee dagen lang aan bouwden

het gonsde op school, op het plein en in de klas
dat het circus woensdagmiddag zou beginnen
vol spanning, in stilte, mijn hand in zijn hand
liep ik met vader verwachtingsvol naar binnen

ik had van de spanning slecht geslapen
het circus, en ik ging d'r heen
het circus! het circus! het circus!
wat 'n feest, wat fantastisch, alleen…

wat waren die bankjes hard, bankjes van hout
wat duurde alles lang, en wat was het koud

de clowns totaal niet grappig, de olifant leek moe
en voor die harde muziek hoef je niet naar 'n circus toe

de ranja in de pauze veel te lauw en ronduit vies
trompetten veel te schel en overal de geur van poep en pies

aan het eind nog een parade en de clowns weer veel te flauw
maar je klapte je arme handen omdat dat hoorde netjes blauw

en dan mag je godzijdank weer uit de tent
terwijl je klein en stil en heel erg zeven bent

mijn vader vroeg: wat vond je d'r van?
en wat zeg je dan? wat zeg je dan?

het was fijn pap,
het was fijn...
(en je denkt)
om met jou
in het circus te zijn
ze was er gister op het feest
kwam zomaar weer voorbij
na zo lang toch dichtbij geweest
ineens weer ver van mij

en daar sta je, oog in oog met je verleden
je doet of je niks ziet
en niet naar haar zou willen staren
je hebt mekaar een jaar gemeden
of spreken we van jaren?

wat hebben we elkaar ook nog te zeggen
je geeft elkaar geen hand
de band is eventjes opnieuw gebroken
geen zin om nu nog uit te leggen
wat nooit is uitgesproken

maar later op de avond ga je kletsen
dat zie je als een plicht
wellicht, na al dat ooit gedeelde
en je wilt mekaar niet verder kwetsen
je kent het nooit geheelde

je aarzelt, maar je kunt het niet echt laten
je vraagt haar hoe het gaat
ze staat de hele avond bij je
en je ziet jezelf weer samen praten
maar nooit meer samen vrijen

je stelt het soort van obligate vragen
zo half en half verveeld
gespeeld, nee... geen gespeelde interesse
en dan hoor je: hmm, ze vult haar dagen
met een baan en Franse lessen

ik zag 'r gister op het feest
het is nog niet geblust
want was het echt voorbij geweest
dan hadden we gekust
als ik moet sterven op een dag in mei
en al mijn ex-geliefden zijn daarbij
dan hoop ik dat ze korting willen geven
de mensen van de taximaatschappij

je vindt het wellicht vreemd of overdreven
maar ik wil dat ze proosten op mijn leven
zo'n feest met bier en gin en rode wijn
waarop je graag wat langer was gebleven

dat gaat me echt een dag zijn, straks in mei
met al mijn ex-geliefden op een rij
o, ik hoop maar dat ze korting zullen geven
de mensen van de taximaatschappij

een exit met mijn exen lijkt me fijn
zo kan ik dan vlak voordat ik verdwijn
nog even fantaseren dat ze weer
stomdronken van verliefdheid zullen zijn

dan hoor ik mijn vriendinnen van weleer
een lach, een snik en dan geen zuchtje meer
waarna ik licht en onbezorgd en vrij
mijn exen weer verlaat, een laatste keer

de vreugd wordt vaak bepaald door het aantal zielen
zevenhonderdtweeënvijftig wielen
honderdachtentachtig taxi's in de file
een uitwisseling van blikken
twee vreemden in de nacht
een vluchtig samengaan van ikken
verheven tot een onbekende macht

er is geen hond die op ons wacht
geen baasje dat ons aait
ik streel jou, jij neuriet zacht
strangers in the night

sterren, een maan en geflonker
beiden op de vlucht voor het licht
geruster en ook knapper in het donker
je kust me en je doet je ogen dicht

je schudt het haar uit je gezicht
je kapsel is verwaaid
je deelt een jas, dat is je plicht
als strangers in the night

je aarzelende knikken
en hoe je breekbaar lacht
ik ben zo bang dat ik zou schrikken
als ik zou weten wat je dacht

want waarop is jouw blik gericht
wat is waar het jou om draait?
zie jij ons in het morgenlicht
als lovers at first sight?

het spijt me meid
das kann nicht sein
's tut mir Leid
wij blijven...
deze lijven blijven

strangers in the night ...
het is al lang dat punt voorbij... niet meer de eerste keer
verjaardagen, ik tel ze wel, maar vier ze al niet meer
ik zie me nog als kind daar staan, verwachtingsvol en blij
ik knipper met mijn ogen, d’r zijn vijftien jaar voorbij

ik weet nog hoe ik vroeger dacht, het is nog niet mijn tijd
straks ga ik 't maken en dat moet nu voorbereid
maar dan komt de ontdekking, na al dat trainen voor die sprong
volwassen zijn is klagen: oh was ik nou nog maar jong

oh, kan iemand me vertellen, waar ging het dan mis
waar is het vuur gebleven dat er niet meer is
oh, weet niemand wat er loos is? wat doe ik toch fout?
is er nog een vonkje over of is de as al koud

en ook de seks of, zo je wilt, de liefde lijdt daaraan
het wordt zo snel iets wat je als eens vaker hebt gedaan
je krijgt er nooit genoeg van, maar je hebt het wel gehad
het wordt nog wel van dattum, maar het wordt nooit meer je dat

en stap voor stap, daar gaan we weer, steeds dichter naar mijn bed
de race is al gelopen, het parcours is uitgezet
je stuurt de uitkomst van het spel, dat heb je wel geleerd
je doen alsof dat niet zo is, is aardig geprobeerd

oh, kan iemand me vertellen, waar ging het dan mis
waar is het vuur gebleven dat er niet meer is
oh, weet niemand wat er loos is? wat doe ik toch fout?
is er nog een vonkje over of is de as al koud

ik voel me koning Midas, wie ik aanraak, die gaat dood
de vrouwen waar ik iets mee heb, veranderen in lood
het laatste wat ze horen, is dat ik echt van ze houd
de een was al oud ijzer, de andere was nog goud

oh, kan iemand me vertellen, waar ging het dan mis
waar is het vuur gebleven dat er niet meer is
oh, weet niemand wat er loos is? wat doe ik toch fout?
is er nog een vonkje over of is de as al koud
ik heb nooit om kerst gevraagd
kerst gevraagd, kerst gevraagd
ik heb nooit om kerst gevraagd
het wordt me door de strot gejaagd

klingelklokjes klingelen
een zenuwengeluid
als ik een winkel binnenloop
dan wil ik er weer uit

het rood, het zilver, goud en kaarslicht
en dat sparrengroen
het liefst zou ik die hele kerstman
in een braadslee doen

ik heb nooit om kerst gevraagd
kerst gevraagd, kerst gevraagd
ik heb nooit om kerst gevraagd
het wordt me door de strot gejaagd

reclames schreeuwen of ik al
aan eten heb gedacht
bespaar me toch het leed
van weer een wereldwijde slacht

die nutteloze bomenkap
voor veertien dagen lol
als kerstmis nou een zetpil was
stak ik 'm in mijn hol

ik heb nooit om kerst gevraagd
kerst gevraagd, kerst gevraagd
ik heb nooit om kerst gevraagd
het wordt me door de strot gejaagd

en zie ik weer zo'n levende kerststal
gesponsord door de middenstand
een plastic Maria, een stinkende geit
een schurftige os, oh wat een treurigheid
zo raak je dus je kerstgevoel wel kwijt

ik heb nooit om kerst gevraagd
kerst gevraagd, kerst gevraagd
ik heb nooit om kerst gevraagd
het wordt me door de strot gejaagd
als ik nee zeg, denkt ze dat ik ja bedoel
en zeg ik niks, denkt zij: wat is hij toch verlegen
en als ik zeg, toe sodemieter op en hou je smoel
dan denkt ze dat ik haar niet durf te zeggen wat ik werkelijk voor haar voel

ze is ook zo poëtisch dus ze stuurt me haar gerijm
ellenlange vellen vol geneuzel en geslijm
en heb ik net haar zoveelste sonnettenkrans verscheurd
komt ze binnen, denkt ze: hier is iets gepassioneerds gebeurd

als ik nee zeg, denkt ze dat ik ja bedoel
en zeg ik niks, denkt zij: hij durft niks te zeggen
en als ik zeg, toe sodemieter op en hou je smoel
dan denkt ze dat ik haar niet durf te zeggen wat ik werkelijk voor haar voel

dan denkt ze me te troosten met een bundel nieuwe troep
staat ze twee uur later met ballades op de stoep
en het rijm is steeds omarmend en zo af en toe gepaard
maar daar heb ik geen zin in, dus ik gooi het in de haard

dan zwijg ik nog van al die stapels truien die ze breit
die heb ik van ellende over Afrika verspreid
ik denk: dat zal d'r kwetsen, maar dat had ik dus mooi mis
want ze kwam me laatst vertellen hoe menslievend dat wel is

ze werpt verliefde blikken door die veel te roze bril
en schijnt niet te begrijpen dat ik echt niks met haar wil
zelfs als ik straks ten einde raad het stomme kind vermoord
vat ze dat nog op als liefde, maar wat primitief verwoord
ik wou ooit een goochelcarrière
na het zien van Fred Kaps op tv
ik had al drie dozen met trucjes
daar oefende ik dagelijks mee

maar na veertien dooie konijnen
en na het gezaag van mijn zus
heb ik al die zooi doen verdwijnen
dat was nog de makkelijkste klus

oké het kwam ook door mijn vader
die mij dat gegoochel verbood
toen stortte ik mij maar op liedjes
die kunnen tenminste niet dood

dus ik ging aan de slag met akkoorden
ik ging aan de slag op gitaar
ik sloeg maar een slag naar de woorden
en zo schreef ik de boel bij mekaar

maar Marcel,
je hoeft niet zo bescheiden te blijven
wanneer iets zo goed is als dit
zo scherp, muzikaal en zo vaardig
ik hoor hier en daar zelfs een hit

maar ik denk als ik kijk in de spiegel
daar staat een onzekere vent
die denkt dat hij best wat kan schrijven
maar ik vertrouw nog niet op zijn talent

je hoeft niet zo bescheiden te blijven
wanneer iets zo goed is als dit
zo scherp, muzikaal en zo vaardig
ik hoor hier en daar zelfs een hit

dan kijk je maar niet in die spiegel
je houdt nu je schouders maar recht
je bent een talentvolle kerel
zo, ik heb het bij deze gezegd

want die gave van jou die is echt!
ik wil niet sterven voor ik doodga
nooit vergeten dat het leven kort is
een mooi cadeau, ooit liefdevol gegeven
met de diagnose rigor mortis
kan ik niet verder leven

nee...
ik wil met mijn laatste adem
van mijn laatste grote plan
berustend kunnen zeggen
jammer dan...

ik wil niet sterven voor ik doodga
en zwijgend zitten wachten op het oordeel
als iemand die voor dood en doodgaan bang is
maar ik hoop wel dat het leven vóór dat doodgaan
niet te lang is

nee...
ik wil op die laatste avond
als het langzaam donker wordt
alleen nog even zwaaien
even kort

old soldiers never die, they fade away
maar heeft het zin om door te gaan
to live another day
als al je vrienden je zijn voorgegaan

nee...
ik wil met mijn laatste adem
in mijn laatste mooie lied
berustend kunnen zingen
dan maar niet...

mijn oud worden
mag geen fade out worden

mijn oud worden
mag geen fade out worden

geen fade out...

Website door BlueBird Media - Posterontwerp: Alexmedia - Foto's door: Janneke Walter